Veroordelingen voor het niet naleven van de 1,5-meter-maatregel

Foto: www.rechtspraak.nl

Veroordelingen voor niet naleven van 1,5 meter maatregel

UTRECHT – De rechtbank Midden-Nederland heeft vier verdachten veroordeeld voor het niet naleven van de 1,5-meter-maatregel. De kantonrechter behandelde vandaag vier zogenoemde verzetzaken van verdachten die het niet eens zijn met een coronaboete die zij in april hebben gekregen.

Boete
In alle vier de zaken gaat het om verdachten die in april van dit jaar, in de regio Utrecht, een boete kregen van de politie óf van een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa). Ze handelden alle vier in strijd met de Noodverordening Covid-19. Zo zat een 20-jarige verdachte met een vriend in een auto. Een derde persoon zat op haar hurken bij het portier. Op dat moment stonden nog meer auto’s met openstaande deuren bij het recreatieterrein. Toen een agent dit zag, schreef hij drie bekeuringen uit, onder meer aan de verdachte. Deze verdachte, maar ook de andere drie verdachten die vandaag op zitting verschenen, gingen tegen hun boete in verzet bij het Openbaar Ministerie. Die bracht de zaken vervolgens aan bij de rechtbank. Hierdoor is de opgelegde boete vernietigd en moet de kantonrechter een beslissing nemen.
Waarschuwing
Door een aantal verdachten is aangevoerd dat zij de boete onterecht vinden omdat ze niet eerst zijn gewaarschuwd. Maar volgens de kantonrechter is dit niet relevant. Een agent of boa kán een waarschuwing geven voor een coronaovertreding. Dat kán, maar het is niet verplicht. Dat er gehandhaafd zou worden, kan niet als een grote verrassing zijn gekomen. In persconferenties en in nieuwsberichten in de maanden maart en april is die boodschap keer op keer benadrukt.

Straffen
De rechtbank Midden-Nederland komt in alle vier de zaken tot een veroordeling. In de zaak van een 37-jarige verdachte wordt de boete van 390 euro gehalveerd. De kantonrechter vindt de hoogte van de boete in de zaak niet passend. De boete voor iemand die bewust deelnam aan een coronafeest moet hoger zijn dan iemand die in dit geval tijdens het sporten kortdurend in de buurt stond van twee anderen. In twee andere zaken legt de kantonrechter de verdachten een boete op van 390 euro, waarvan 300 euro voorwaardelijk. Dit is conform de eis van de officier van justitie. De kantonrechter houdt hierbij rekening met de persoonlijke omstandigheden van de verdachten. In de zaak van een vierde verdachte houdt de rechtbank het boetebedrag van 390 euro in stand. Volgens de kantonrechter zijn er geen omstandigheden aangedragen die er toe leiden dat de boete gematigd moet worden.

Reacties